Wij bouwen momenteel aan deze onderwijsinhoudelijke pagina betreffende het lezen. Er staat al veel informatie, maar die is dus nog niet volledig. Zodra het helemaal klaar is zal deze tekst verdwijnen.


Al heel jong lekker lezen in de bieb
1 Al heel jong lekker lezen in de bieb.




2 Tekening met bijschrift.
Lees hier meer.




3 Schrijven en stempelen in groep 1/2.




8 Een woordweb bij een thema.




7 Uitwerking van woorden bij een deelthema.




9 Verwerking van een leesopdracht.
Lees hier meer.




11a Ouder helpt kind bij een leesspelletje.




11b Lezen op de computer.




12 Woorden op de letterdoos.




13 Werken met de letterdoos.




14 Stempelen in groep 1/2.




15 Spel met letters.




16 Spel met letters.
Lees hier meer.




17 Instructie voor maatjes lezen.




18 Leesspelletje




18a Maatje lezen in de groep.




20 Instructie met maatje en groepsleider.
Lees hier meer.



 
21 Verslagen boekpresentatie van hetzelfde kind in opeenvolgende jaren.




22 Prentenboeken in onze Schoolbieb.
Lees hier meer.




23a Lezen met de groepsleider.




23b Tempolezen.
Lees hier meer.



24 Samenwerken met begrijpend lezen.




25 Begrijpend lezen met Nieuwsbegrip.




26 Zelfstandige verwerking van Nieuwsbegrip (begrijpend lezen).



 
27a Een deur vol met moeilijke woorden.
Lees hier meer.



 
27b Verslag van een boekpresentatie.


 
27c Verslag van een spreekbeurt
Lees hier meer.


Aanvullenden theorie leren lezen!

We spreken over beginnende geletterdheid en gevorderde geletterdheid.
Leren lezen en leren schrijven kent overeenkomsten. Vaak zie je kinderen tekenen en “schrijven” (=tekenletters) ze er zaken bij. Fantasieletters zijn eigenlijk tekeningen, het kind heeft in zijn omgeving gezien dat er geschreven wordt en gaat dit imiteren. Het kind gaat ook vertellen wat er geschreven staat (het verhaal bij een tekening). Kinderen gaan letters onderscheiden en herkennen, vaak de letters van hun eigen naam. Later komen daar ook de klanken die bij een letter horen bij. Hiermee begint ook het proberen te lezen van woorden. We noemen deze periode ook wel de beginnende geletterdheid.

Terug (naar foto 3)





















 
 
Bij ons op school is dit terug te zien binnen de groepen 1/2 en 3/4. Kinderen maken tekeningen en de stamgroepleidster schrijft er dingen bij. Kinderen maken plannen, zowel mondeling als binnen een tekening en de stamgroepleidster schrijft woorden en zinnen erbij. Kinderen spelen in hoeken en geven taal aan hun spel / de stamgroepleidster ondersteunt en begeleidt dit spel door situaties mondeling en schriftelijk toe te lichten. Woorden worden gekoppeld aan plaatjes, zichtbaar in de lokalen.
Terug (naar foto 6)


 
 
Voorlezen uit (prenten)boeken en zelf kijken en “lezen” in de boeken staat dagelijks op het programma. We werken volop aan  de woordenschat = woorden leren en kunnen gebruiken in de dagelijkse situaties. Het kind komt voortdurend in aanraking met gesproken en geschreven taal. Bijvoorbeeld d.m.v. rijmspelletjes, liedjes zingen, luisterspelletjes, verhalen en vertellen. Zo wordt er een basis gelegd voor het leesonderwijs
Daarnaast zijn een aantal begrippen van groot belang voor het leren lezen. Kinderen leren van links naar rechts werken en van boven naar beneden. Begrippen als eerste /laatste /midden /vooraan en achteraan, hetzelfde/ verschillend komen dagelijks terug in opdrachten en in klassituaties.
Terug (naar foto 10)


 
 
In de periode van de beginnende geletterdheid gaan kinderen ook klanken in woorden onderscheiden. Zo gaan ze ontdekken dat je vooraan een klank in een woord kunt horen en dat dit ook in het midden en achteraan het geval is. Ze leren benoemen welke klank (letter) je hoort of welke anders is. Leren verschillen te horen en te benoemen.
Terug (naar foto 11)






















 
 
Uiteindelijk leren kinderen woorden te hakken en plakken. Bijvoorbeeld b-oom = boom of zelfs b-oo-m = boom. Dit gebeurt met ondersteuning van voorwerpen / plaatjes en concrete materialen uit de directe omgeving van het kind.
Wanneer kinderen in groep 3/4 zitten is er nog steeds sprake van beginnende geletterdheid. Elk kind heeft een ander startniveau binnen groep 3 qua geletterdheid en daar wordt in het aanbod dan ook van uit gegaan. Immers, ieder kind is uniek (Jenaplanprincipe 1: Elk mens is uniek; zo is er maar 1. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde)
Kinderen worden in groepjes ingedeeld (niveaugroepjes) en krijgen op die manier letters, woorden en zinnen aangeboden om te komen tot het lezen van woorden en zinnen. Hierbij leren kinderen vooral van en met elkaar door elkaar te helpen en ook door samen te lezen.
Terug (naar foto 16)





















 
 
Om te komen tot vlot en vloeiend lezen is er veel oefening nodig. Lezen gebeurt dan ook de hele dag door, bijvoorbeeld ook bij het werken over een bepaald thema (Wereld Oriëntatie) of bij het verwerken van het geleerde in hoeken / spel.
Terug (naar foto 17)

 




















 
 
Nadat kinderen voldoende alle letters hebben geautomatiseerd en ook korte woorden kunnen lezen gaan ze verder binnen “niveau-lezen”. Hier begint de zogenaamde “gevorderde geletterdheid’’. Bij ons op school zijn dit ILO niveaus, daarmee wordt aangeduid hoever een kind in zijn leesontwikkeling is. (ILO 1 t/m ILO 9+) Het ILO-lezen gebeurt drie maal per week waarbij de kinderen die het eindniveau van ILO behaald hebben, worden ingezet als leesmaatje voor kinderen die in het ILO-lezen zitten. Zo wordt er van en met elkaar geleerd.
Terug (naar foto 21)
 






















 
 
Behalve het ILO-lezen, wordt er in de groepen elke dag gelezen in biebboeken. Deze worden door de kinderen zelf gekozen in de eigen bibliotheek die onze school rijk is. Eigen keuzes maken wordt ook bij lezen gestimuleerd. Kinderen presenteren  jaarlijks, vanaf groep 1, een eigen boek. Dit noemen we een zogenaamde boekpresentatie waarbij leesplezier en leesbevordering, naast jezelf presenteren voor de groep, centraal staat. 
Terug (naar foto 23a en b)


 




















 
 
Een stukje tempolezen, dus steeds sneller leren lezen wordt binnen De Omnibus ook nog geoefend met het “tempolezen” dat houdt in dat er zoveel mogelijk woorden (van verschillende moeilijkheden) achter elkaar gelezen worden. Dit gebeurt in tweetallen of samen met de stamgroepleider.
Terug (naar foto 23)


 
 
 
Vanaf groep 4 gaan de kinderen ook aan de slag met begrijpend lezen. Door middel van de methode “Nieuwsbegrip” wordt er stil gestaan bij een actualiteit van de week. Er wordt een filmpje bekeken, het onderwerp wordt besproken, er wordt gevraagd naar de mening van kinderen en er wordt nagedacht en gesproken over het onderwerp. Daarna gaan kinderen individueel of in kleine groepjes aan de slag met de teksten over het onderwerp en de vragen die daarbij horen. De kinderen leren kijken naar titel en plaatjes, en voorspellen de mogelijke tekstinhoud. Moeilijke woorden worden besproken, opgezocht en toegepast.
Terug (naar foto 27b)


 


















 
 
Vanaf groep 6 gaan de kinderen ook leren om de hoofdpunten van de tekst te begrijpen en deze vast te leggen in een samenvatting. Ze gaan verschillende soorten teksten herkennen en leren zichzelf steeds vragen te stellen tijdens het lezen. Veel valt samen met studerend lezen waarbij er een basis wordt gelegd voor de overstap naar het Voortgezet Onderwijs.
Terug (naar foto 27b)


 
 
 
In groep 7 en 8 wordt begrijpend en studeren lezen uitgebreid met de methode “Blits”. In Blits wordt gewerkt met vier hoofdrubrieken, die kinderen nodig hebben in het dagelijks leven en in iedere vorm van het Voortgezet Onderwijs.
De vier rubrieken zijn:
  • hanteren van studieteksten (o.a. samenvattingen maken)
  • hanteren van informatiebronnen (o.a. woordenboek gebruiken, internet gebruiken)
  • kaartlezen (o.a. legenda, schaal,  register)
  • lezen van schema’s, tabellen en grafieken
Tijdens diverse kringvormen worden bovenstaande leeractiviteiten toegepast. Dit gebeurt o.a. bij de leeskring (kinderen promoten een leesboek) en artikelkring (kinderen bereiden een actueel artikel voor dat in de kring besproken wordt). Ook tijdens spreekbeurten en bij het maken van een werkstuk gebruiken kinderen de strategieën die ze bij de lessen voor begrijpend en studerend leren geleerd hebben.

 
 
 
Mogelijke tips voor ouders:
 
Tips voor het aanleren van letters
  1. Laat het kind op een verpakking / blz. van een boek een bepaalde letter zoeken en aanwijzen. (bv wijs elke “t” eens aan)
  2. Laat het kind woorden bedenken met een bepaalde letter. Die letter kan aan het begin / midden of eind staan.
  3. Schrijf die woorden op, op kaartjes en laat die kaartjes daarna lezen. (tempo van de kaartjes laten zien steeds versnellen)
 
Tips om samen te lezen:
 
  1. Samen de tekst lezen, tegelijkertijd. Pas je tempo aan, aan dat van het kind. De ouder leest de tekst iets trager dan het kind. En soms ook wat sneller dan het kind om het tempo op te voeren.
  2. Kind leest hardop en alleen bij haperingen helpen door de eerste letter van het woord voor te zeggen.
  3. Wanneer het kind veel hakt en plakt, herhaal dan de hele zin als het kind de zin gelezen heeft, om de verhaallijn vast te houden.
  4. Om beurten een zin lezen.
  5. De ouder leest een bladzijde voor, het kind wijst woord voor woord mee. Hierdoor bepaalt het kind het tempo. Als de bladzijde klaar is, leest het kind zelf de hele bladzijde en wijst weer bij met de vinger.
 
http://www.marilse-eerkens.nl/kleuters-moeten-je-niet-leren-lezen-interview-ewald-vervaet/
 
Terug (naar het begin)






 
Kalender
22augustus2017
Daisy jarig
01september2017
Rina jarig